11.1 C
Brussels
19 april 2019
SUPERIOR8

13 Kerstmannen op IJsland

De Jólasveinar of kerstjongens (Engels: Yule Lads), zijn figuren uit de IJslandse folklore.  Oorspronkelijk waren het kinderen van een trol en een oger.  Het waren echt kwajongens en haalden constant streken uit, bestalen de bevolking en vielen hen lastig.  Ze werden als afzichtelijke wezens beschreven die de kinderen angst aanjoegen, nu lijken ze meer en meer op de kerstman.

 

Ze hebben een baard, dragen rode broeken en jasjes, zwarte laarzen en een met wit bont afgezette muts. Vanaf 12 dagen voor Kerstmis komt er elke dag een van de Jólasveinar uit de bergen naar de bewoonde streken. De IJslandse kinderen zetten vanaf die tijd ’s nachts hun schoen voor het raam, en verwachten daar de volgende morgen iets lekkers van hen in te vinden. Stoute kinderen vinden een aardappel in hun schoen. Na de kerst verdwijnen de kerstjongens. Op 6 januari (IJslands: Þrettándinn, ofwel de dertiende dag) is het IJslandse Kerstmis definitief voorbij. De nacht van deze 6e januari is overigens een magische nacht. Volgens de volksverhalen wordt beweerd dat de koeien dan kunnen spreken, de elfen bezoeken de mensen, en de zeehonden werpen hun huid af en gaan aan land.

De namen van de jongens en data van hun komen en gaan zijn:

  1. Stekkjastaur (Schaapshoksluiper of Stijfbeen) komt op 12 december en vertrekt 25 december. Hij jaagt de schapen in de schuur schrik aan, maar is klunzig door zijn stijve beentjes.
  2. Giljagaur (Kloofsukkel) komt op 13 december en vertrekt 26 december. Hij verbergt zich in kloven, wachtend op een gelegenheid om in de stal te sluipen en melk te stelen.
  3. Stúfur (Kleintje) komt op 14 december en vertrekt 27 december.  Abnormaal kort mannetje. Hij houdt van de verbrande restjes in de pannen.
  4. Þvörusleikir (Lepellikker) komt op 15 december en vertrekt 28 december. Hij likt de lepels in de keuken schoon.
  5. Pottasleikir (Pottenlikker) komt op 16 december en vertrekt 29 december. Hij eet de restjes uit de potten en de pannen.
  6. Askasleikir (Kommenlikker) komt op 17 december en vertrekt 30 december. Hij verbergt zich onder de bedden en wacht tot de kommen worden neergezet om zich dan op de restjes te storten.
  7. Hurðaskellir (Deurensmijter) komt op 18 december en vertrekt 31 december. Hij houdt ervan om deuren dicht te smijten. Vooral ’s nachts om  mensen wakker te maken.
  8. Skyrgámur (Skyr-schrokker) komt op 19 december en vertrekt 1 januari. Deze kerstjongen is verzot op de Ijslandse yoghurt, Skyr.
  9. Bjúgnakrækir (Worstensnaaier) komt op 20 december en vertrekt 2 januari.  Hij verbergt zich in de dakspanten en pikt de worsten die worden gerookt.
  10. Gluggagægir (Ramengluurder) komt op 21 december en vertrekt 3 januari. Hij kijkt door de ramen op zoek naar dingen om te stelen.
  11. Gáttaþefur (Snuiver) komt op 22 december en vertrekt 4 januari. Hij heeft een abnormaal lange neus en een sterk reukvermogen waarmee hij het laufabrauð (lava brood) zoekt.
  12. Ketkrókur (Vleeshaak) komt op 23 december en vertrekt 5 januari. Hij gebruikt een vleeshaak om het vlees voor het Kerstdiner te stelen.
  13. Kertasníkir (Kaarsenbedelaar) komt op 24 december en vertrekt 6 januari. Hij volgt de kinderen om hun kaarsen te kunnen stelen.

Reageer met jouw mening of opinie en start het gesprek met onze andere lezers

Je zal dit zeker ook leuk vinden

Share via
0 Shares